Schrijven tussen de tranen door

Het interview ging goed, als je van een interview mag spreken. Het was niet per se een vraag-/antwoordsetting. Het was een gesprek van mens tot mens. Mijn vingers typten mee. En zoals dat met mijn vingers gaat tijdens een interview: ze staan in verbinding met mijn hersenen, ze schrijven, ze doen hun werk, ze zetten de zinnen op papier die de geïnterviewde zegt, maar zelf sta ik los van dat ritmische proces. Mijn aandacht is volledig bij degene die ik interview.

Elke dag ben ik blij dat ik op de fiets zit, gewoon, omdat: gezond. (Goeie zin ? ) Maar na dit gesprek was ik extra blij. Wind door de haren. Frisse neus. Tranen van de kou. Beweging. Ruimte. Ergo: ruimte om los te laten.

Expres liet ik de acht pagina’s A4 die ik had meegeschreven, een week lang liggen op mijn bureau. Elke dag keek ik ernaar. En ondertussen vormde zich in mijn bovenkamer het verhaal. (Soms hoor je dan ineens een zin, tijdens de afwas ofzo.)

De opdracht kwam van de redactie van het magazine Heit & Mem

Voor de niet-Friezen onder ons: heit = vader. Mem = moeder. Het magazine Heit & Mem is voor jonge ouders. Staat vol met tips en leuke wetenswaardigheden. Interessante artikelen over het opgroeiende kind. (Dit is kort, zeer kort samengevat.) Of ik Marcel wilde interviewen. De man die een boek schreef over zijn kind dat in de baarmoeder van zijn partner stierf, twee weken voor het geboren zou worden.

En gisteren begon ik dan eindelijk met schrijven.

De eerste alinea stond binnen een kwartier op papier. Ik las die alinea terug. En hop. Daar waren ze. Tranen. Pas toen kwam echt binnen wat ik tijdens dat gesprek met de heit en de mem van Stef had opgetekend. Zij spraken tijdens het interview zo liefdevol en rustig over de vroege dood van hun kind, dat het op dat moment gewoonweg een mooi gesprek was. Het verdriet van hen was voelbaar, maar lag niet aan de oppervlakte. Het lag ergens in de diepte van de oceaan, altijd aanwezig, maar ze konden er goed over praten. Allebei.

Gisteren belde ik Marcel toen ik, drie uren na die eerste alinea, de laatste zin van het artikel schreef. Ik vertelde hem over mijn schrijfproces.

Eigenlijk deelde ik dat vooral om de ouders voor te bereiden op het stuk. Dat klinkt gek, maar toch: zelf een verhaal vertellen is wat anders dan je eigen verhaal lezen, opgeschreven door iemand die jou niet kent.

Wat je zelf vertelt, heb je in de hand.
Wat een ander schrijft niet.

Vanochtend belde Marcel. Samen met zijn vrouw had hij het stuk gelezen en ze waren ontroerd. Geen wonder, als je bedenkt waarover het gaat.

Maar … kijk … dit is de kern van mijn werk. Dit is waarom ik schrijven zo mooi vind. In contact komen met mensen; intense gesprekken voeren terwijl je elkaar niet kent. En dan is daar dat moment: het moment waarop je emotie deelt; verdriet, woede, angst, onmacht en toch ook weer blijdschap.. Dat is wat ons allemaal gelijken maakt. Dat is wat ons bindt als mens.

Ik deel de eerste alinea met je. Morgen vertaal ik het artikel in het Fries. Zodra Heit & Mem uit is, vind je het artikel hier op mijn site.

De wereld ging aan je voorbij

Daar zit je met jouw pasgeboren kind in de armen, in het ziekenhuis, op een stoel, in een kleine kamer, terwijl je vrouw op de OK ligt. Het kind dat je een naam hebt gegeven. Het kind waar je een toekomst mee had gedroomd. Het kind waar je al zo vaak tegen hebt gepraat toen het nog in de buik zat. Het kind dat niet ademt. Zo volmaakt. Zo mooi. Zo perfect. Vingertjes, teentjes, een gaaf gezichtje. Alleen, zonder hartslag, zonder adem. Stef. Je was er, maar de wereld ging aan je voorbij.