Met opgetrokken knieën in de Rijdende Bedstede

“Maar Miek, dan moast dus al yn ‘e foetushâlding lizze heh!” Oebele. Die had de bak opgemeten. Exact 1m56,5. Ik ben nèt iets langer 😉  Ach, dacht ik, ik lig immers altijd met opgetrokken knieën te slapen. Dus vol vertrouwen klom ik m’n bak in afgelopen nacht. In de slaapzak die tot -2 kan. No probs!

Er is echter even iets dat ik moet aanschaffen:
een waterpasje.

Gedurende de nacht schoof ik namelijk telkens in de richting van de klep (da’s de voorkant van de bak). Hij staat niet helemaal waterpas. En die knietjes heb ik kennelijk toch niet altijd de hele nacht opgetrokken. Elke keer dat ik me omdraaide dacht ik: waar laat ik m’n voeten nu dan? Ik hield ze maar even in de lucht af en toe. Dan het lichaam weer diagonaal in de bak, met de voetjes op de zijplanken. Ergo: ik moet nog even wennen 😉 maar het matras van Ruurd is heerlijk en de slaapzak warrrrmmm.

Vinckje in het Vogelrijk

Om 05.00 uur ontwaakte ik in een vol vogelconcert. Als je het over intens geluk hebt… Sliep daarna verder. Een unicum. Om 09.00 uur werd ik weer wakker. Ik mag dus zeggen dat ik, ondanks knietjes en geschuifel in de bak, een goede nachtrust heb genoten. Dat mag in de krant!

Wijkcafé

Op dit moment (zondagavond 20.30u) warm ik mijzelf op in een aller-interessantst wijkcafé in Leeuwarden, waar de mannen aan de bar vermoedelijk al sinds de middag zitten. Zij verheffen hun stem, omdat zij denken dat hun gesprekspartner het verhaal niet kan volgen. Dat komt echter niet door het volume, maar door de dubbele tong waarmee zij spreken.

Als ik mijn tweede kopje thee bestel om op te warmen, voor ik zo weer diagonaal de bak inga, zegt een man:

“Wat ben jij druk bezig.” ~
“En dat op een zondag”, zeg ik.
“Is dat voor je werk?” ~
“Nee, ik schrijf op wat de dag mij bracht.”
“En wat bracht de dag je?”
“Veel moois.”
“Wat dan?”
“Ik zat de ganse dag tegen een boom aan.”
De man houdt zijn hoofd scheef. Tegen een boom aanzitten? De ganse dag? En dan daarover schrijven? 
“Zat je te denken?”
“Niet eens geloof ik.”
“Te filosoferen?”
“Zou kunnen. Ik weet het niet meer. Het was stil. Ik zag een zwaan.”
“Ik wil wel met je filosoferen, maar ik kan je maar beter laten typen denk ik.”
“Dat is een goed plan. Dank je.”

En zo zit ik hier. Jackson Browne zingt:

‘OH WON’T YOU STAY,
JUST A LITTLE BIT LONGER
PLEASE SAY YOU WILL’

I’ll travel on. Wanneer en waar naartoe, dat weet ik nog niet. Eerst maar even uitrusten van de afgelopen dagen, weken en maanden hiernaartoe werken. Je hoort  (leest) van me, zodra ik weer een nieuwe plek heb gevonden!